Horen, zien en niet zwijgen.

De commissie Deetman die het seksueel misbruik binnen de kerk in kaart gebracht heeft, staat stil bij die ene vraag “Wat is er toch aan de hand?”

Ik wil vandaag stilstaan bij het rapport maar dit koppelen aan onze eigen verantwoordelijkheid als opvoeder(s).

Van de groep mensen vanaf 40 jaar heeft 9,7% onvrijwillig seks gehad met iemand buiten de familie. Dit impliceert dat het percentage vele malen hoger zal zijn wanneer we óók de familiaire verbanden erbij betrekken.

Zelf ben ik als kind jarenlang misbruikt door oudere broers. Ik heb destijds altijd gedacht dat dit overal plaats vond. Ik stelde mezelf niet eens de vraag of het goed of verkeerd was, het was gewoon zo.

Toen ik de basisschool ging verlaten en dit aan een vriendje vertelde die ook oudere broers had, reageerde hij geschokt. Pas toen had ik een probleem! Ik ging naar de priester die in geuren en kleuren alle details vroeg in de biechtstoel en die mij niet de absolutie gaf omdat ik eerst maar eens met hem moest komen praten op de pastorie… Dat heb ik niet gedaan. De angst was te groot. Ik heb er jarenlang last van gehad.

Nu denk ik dat ‘noodseksualiteit’ in veel vormen terug komt in onze samenleving. Sluit mensen een tijd op en men zoekt seksueel contact. Isoleer mensen van het andere geslacht en menigeen wil experimenteren met het eigen geslacht. Zó kan ik nu ook terugkijken op mijn jeugd. De katholieke moraal zorgde er voor dat mijn broers zich ‘vergrepen’ aan mij, niet met het doel om mij zo nodig te verkrachten, maar puur als ‘oefenmateriaal’. 

Binnen instellingen waar je onderhevig was aan gezagsverhoudingen was het moeilijk om je staande te houden wanneer een begeleider zich aan je vergreep. Waar moest je immers heen? Wie geloofde je verhaal?

Toen ik 1,5 jaar lang op het internaat zat bij de broeders in Dongen, heb ik die sfeer wél gevoeld, maar ben zelf hiervan nooit het slachtoffer geweest. De broeders zagen andere,  knappere jongens en ik weet van één van hen dat hij het internaat moest verlaten omdat hij homoseksueel zou zijn. Niemand protesteerde, ik ook niet, terwijl we allemaal wisten dat er méér aan de hand was. De broeder werd de hand boven het hoofd gehouden en het slachtoffer stond opnieuw in de kou. 

Natuurlijk wijst nu iedereen naar de kerk, en specifiek naar de katholieke kerk. Maar er is in de samenleving méér aan de hand. Seksualiteit is iets van alle tijden en heeft vooral te maken met opvoeding. In hoeverre is/was er veiligheid en geborgenheid binnen jouw opvoeding? Is/was alles bespreekbaar of wordt/werd veel nog onder het vloerkleed geschoven vanuit de aloude gedachte dat je de vuile was niet buiten moet hangen? 

Ik was geraakt toen ik onlangs een voorlichtingsprogramma zag op de Engelse t.v. Hier draait het om, dacht ik. Jongeren inleiden in het mysterie van de seksualiteit en alle mythische verhalen ontknopen.

Jongeren hebben veelal een pornografisch beeld van de seksualiteit, en dat is een vals en verwrongen beeld omdat het meestal volledig fake is.

Jongeren denken dat mannen enorme hoeveelheden sperma naar buiten spuiten, terwijl het in werkelijkheid niet eens een theelepeltje vol is! De afstand die het sperma aflegt, is geen meters, maar hooguit – afhankelijk van leeftijd en conditie – hooguit 18 à 25 cm. Binnen de pornografie wordt alles overtrokken en wordt buiten beeld met een waterpistooltje vocht – lijkend op sperma- in het gezicht van de partner gespoten en jij als jongere gaat twijfelen aan jouw seksuele attitude. “Ik ben niet normaal!” of “Ik faal” kijkend naar de penis van de pornoster. 

Wat is er aan de hand?

We hebben als opvoeders een belangrijke taak om te leren de vuile was buiten te hangen, te beginnen binnen het gezin. Alles dient bespreekbaar te zijn en er dient een klimaat van openheid en geborgenheid geschapen te worden waardoor het jonge kind ook alles durft te bespreken.

Het kind hoort véél, ziet véél, maar moet niet langer zwijgen!

Daag je kind uit om met alles waar hij/zij last van heeft naar buiten te komen, want dan pas kunnen we dit kankergezwel met elkaar uitroeien.

Het voeren van opvoedkundige gesprekken is niet eenvoudig en de regering zou dan ook veel meer geld aan onderwijs en permanente educatie moeten besteden om ook jonge ouders te leren beter te communiceren en inzichten te geven in hoe je dient op te voeden. Opvoeden is geen vrijblijvende taak, die geïsoleerd uitgevoerd mag worden binnen de muren van het gezin. Opvoeden betekent allereerst grenzen leren verleggen, loskomen van beperkende patronen. 

Moeilijke onderwerpen bespreekbaar maken ervaar ik nog dagelijks bij onze studenten als een drempel. Men wil over van alles praten maar wanneer het te dichtbij komt, ontstaan er nieuwe mythes: “Hierover kan ik niet praten omdat mijn partner/ouder er niet bij is en ik ervaar dat als verraad aan hem!”

Of zoals ik onlangs nog hoorde n.a.v. seksueel misbruik binnen het gezin: “Ik kan dit niet meer oprakelen, ook al omdat niemand het tot nu toe weet en ik er nog dagelijks last van heb en het is toch niet eerlijk om zijn gezin kapot te maken!”

Zo houden we soms levenslang ons geheim in stand en voelen we elke dag weer dat we falen in het meest essentiële van ons leven: scheppend aanwezig zijn! 

(Komend jaar zal aan de Loek Knippels Academie een module seksualiteit gegeven worden door dr. Maarten Ghysels, psychiater en lichaamsgericht therapeut, seksuoloog. Je kunt je nu alvast aanmelden omdat we vertrekken vanuit een pilotstudie d.w.z. een gering aantal studenten wordt toegelaten om n.a.v. hun ervaringen de module verder uit te werken. Wil je erbij zijn: aarzel niet! Data worden later bepaald.)

Op 16-12-2011, categorie: Blog door Loek Knippels