OVER GOEDE SMAAK VALT NIET TE TWISTEN?

Op mijn 18e verjaardag kreeg ik van mijn zus Hannie een etsje van een dode mus. Ik vond het meteen prachtig, toen zij daar de volgende woorden aan gaf, was ik alleen maar super trots: “Jij bent met alle oude troep zo blij, blij met een dode mus!”

Bij ons thuis hingen twee imitaties aan de muur: de zigeunerin en het kind met de traan in de ogen. Beide ‘prentjes’ zijn wereldberoemd en alom bekend als pure kitsch!

Het was de periode van de radio met losse pick up. De plaatjes die we hadden, waren die van Johnny Hoes (Och was ik maar bij moeder thuis gebleven…), De Zangeres zonder Naam ( Och vader lief, toe drink niet meer…) en Freddie Quin (Jungen, komm bald wieder…). Mijn moeder was keer op keer ontroerd door de smartlappen van de Zangeres Zonder Naam. Hoe kun je van een kind dan verwachten dat hij iets begrijpt van klassieke muziek?

In heel ons huis waren géén boeken, alleen mijn studieboeken en verplichte literatuur uit de bibliotheek. Ik ben veel later pas écht van literatuur gaan houden door een zeer enthousiaste en gepassioneerde docent aan de pedagogische academie. Hij bracht het enthousiasme bij me naar boven om verder te kijken en me te verwonderen over het taalgebruik. Poëzie is prachtig, is een andere manier van het verwoorden van de werkelijkheid.

Als kind was ik blij met een oud kastje voor op mijn kamer, een olieverfschilderijtje van een onbekend iemand, een antieke kandelaar van mijn oom. Die had ik gekregen toen ik slaagde als onderwijzer. Ik zag mijn broers en zussen schamper lachen maar ze werden stil toen mijn oom Nico een korte speech hield: “Deze antieke kandelaar is voor de lichtdrager van de familie. Ik hoop oprecht dat hij veel mensen zal blijven inspireren!”

Smaak had ik dus niet van huis uit meegekregen, ik was wél gevoelig voor schoonheid. Wanneer ik de eerste oogst peultjes naar de baas van mijn vader moest gaan brengen, kwam ik binnen in een rijk versierde villa en steeds was ik geraakt door de schoonheid. Ik werd dan erg verlegen en dronk mijn glaasje ranja bij hen aan tafel, maar durfde nauwelijks rond te kijken. Totdat mevrouw Vissers me wees op een klein schilderij met daarop een bloemenstilleven. “Groeien deze bloemen ook bij jullie in de tuin?” vroeg ze me terwijl ze naast me kwam zitten. “Dat weet ik niet…” reageerde ik ingetogen. “Kijk eens jongen hoe mooi de schilder het gemaakt heeft, je kunt de bloemen bijna aanraken…”

Dit was mijn eerste les in kunst: het kunnen zien van schoonheid.

Daarna volgden vele lessen: eerst bij mijn oom Nico, de antiquair, die mij graag over de vloer had. Hij kon urenlang in zijn atelier verhalen vertellen aan mij over 17e eeuwse kasten en tafels. Hoe de patineerlaag van een kast je nooit bedriegt. “Kijken, voelen, ruiken en erover lezen” was zijn devies.

Later toen ik bekende mensen ging interviewen, groeide mijn belangstelling voor kunst. Van Annie Schmidt leerde ik vooral observeren en me verplaatsen in een object. “Kom naast me liggen in de border, dan zie je de werkelijke leefwereld van de poes” zei ze me toen ik haar interviewde. En Simon Carmiggelt deed daar weer op zijn manier een schepje bovenop: “Luister naar mensen in de kroeg en je hoort hun verdriet en verloren dromen. Mensen zijn sentimenteel omdat het om henzelf gaat maar spreken nooit hun gevoelens uit want dan dienen ze wél nuchter te zijn!”

Ik luisterde ademloos in zijn werkkamer in Amsterdam en het interview was dermate geslaagd dat destijds mijn leraar Nederlands – Frits Niessen – de tekst aanbood aan De Standaard, een intellectuele krant uit België. Het werd geplaatst met naamvermelding: ‘Loek Knippels, onze speciale medewerker’. Ik liep van trots enkele dagen naast mijn schoenen.

In mijn puberteitsjaren heb ik veel weken doorgebracht bij de familie De Vries in Amsterdam die mij in contact brachten met kunst, muziek en poëzie.

Er ging een wereld voor mij open. Na mijn eerste verblijf in Amsterdam veranderde dan ook meteen mijn grondhouding thuis: Ik weigerde langer uit één bord te eten en wilde de verfijndheid van het samen eten vorm geven. Dat werd niet echt gewaardeerd in het arbeidersmilieu van waaruit ik kom. Hoongelach om mijn capriolen leverde het op, ik trok me er echter niets van aan. Ik ging door met het zoeken naar ‘verfijning in het leven’ en in de literatuur vond ik troost, maar ook in de museumbezoekjes met mijn oom Nico: urenlang voor de ‘aardappeleters’ zitten van Van Gogh en alles horen over de drijfveren van de schilder, zijn techniek en zijn sociale bewogenheid.

Onlangs kreeg ik van mijn zus en vrienden een hele verzameling fleurige Royal Albert kop en schotels. “Ik weet dat jij ervan houdt” zei mijn zus en bij je volgende bezoek aan Nederland heb ik ook nog drie Biedermeier stoeltjes uit 1870. Ik hou van antiek, kan het lang niet altijd betalen, maar vind het wel bijzonder wanneer het me lukt om spullen op een niet alledaagse manier te verzamelen.

De nieuwe rijken kunnen zich van alles veroorloven, maar ik hoor het mijn oom nog zeggen: “Ze hebben vaak veel geld, maar geen smaak!”

Smaak kan je ontwikkelen en daarbij komt kennis kijken, maar ook gevoel voor schoonheid. Je hoeft niet alles mooi te vinden, zo is het leven niet ingericht, maar je kunt wél gevoel ontwikkelen voor schoonheid en échte kunst.

Door welke kunst ben jij onlangs ontroerd geraakt?

Ben jij iemand die zelf scheppend in het leven staat en die zelf kunst maakt: waar haal jij dan je inspiratie vandaan?

Leven zonder kunst is voor mij geestelijke armoede en ik zeg dan ook vaak tegen mijn studenten: “Een beperkte geest creëert een beperkt leven!”

Ik verheug me al op het moment dat we het kasteeltje in kunnen gaan richten: ‘hoe schep ik dan sfeer en smaak in de verschillende ruimtes? Waar haal ik antieke bouwmaterialen vandaan om kleine accenten te leggen? Hoe houd ik alles betaalbaar en weet ik met weinig middelen optimale sfeer te scheppen?’

Het wordt mijn grote uitdaging wanneer we hier aan de slag kunnen en ik weet dat er mensen zullen zijn die ons hierbij willen helpen en ondersteunen.

We willen uiteindelijk een gebouw vol schoonheid scheppen waar wijzelf en anderen inspiratie opdoen en rust vinden om van daaruit het eigen gevoel voor schoonheid  te voeden.

In deze fase bekijken we graag interieurs, luisteren we naar mensen met gevoel voor esthetiek en bezoeken we graag brocantes. Nog niet om te kopen, want de gebouwen dienen eerst gerestaureerd te worden, maar juist nu is het goed om onze adresjes te hebben. Wanneer je hints voor ons hebt, dan hoor ik die graag!

Op 05-06-2013, categorie: Blog door peterjan