Wanneer komt je eigen ethiek in het geding?

We kennen inmiddels allemaal het verhaal van de arts die weloverwogen een beslissing heeft genomen om een einde te maken aan ondraaglijk lijden van een terminale patiënt?
De discussies die daarna ontstonden, gingen vooral in de richting van de dienstdoende arts: hij heeft gefaald, hij heeft verkeerd ingegrepen en niet volgens de regels. Meteen bij hulp bij zelfdoding, palliatieve zorg komen regels en wetten om de hoek kijken en dat is terecht. Toch kun je voor een groot dilemma komen te staan en hoe dien je dan te handelen?

Jaren geleden heb ik eens enkele studenten van de stageplek afgehaald toen bleek dat ze daar zichzelf niet konden zijn omdat de desbetreffende therapeut geen tegenspraak of discussie wenste over zijn behandelplan. En het ging juist in deze stage erom dat onze studenten inzicht kregen in de additieve gezondheidszorg: “Waarom doe je dit wel of dat niet? Zou het ook anders kunnen? Mag ik eens met een voorstel komen?”
Daar was geen aandacht voor en men zag het als kritiek hebben op het eigen handelen. Dat is binnen de gezondheidszorg wel een groot probleem: alle artsen, therapeuten en specialisten zijn ‘koningen geworden op hun eiland’ en veel dulden geen tegenspraak. Juist in de ontmoeting en de dialoog kan het duidelijk worden waarom je handelt zoals je handelt en wordt de intrinsieke motivatie duidelijk.

Bij de affaire in Tuitjehorn is dit achterwege gebleven omdat de stagiaire niet in gesprek ging met de desbetreffende arts maar het aankaartte bij haar stage-begeleider. Die had onmiddellijk in aktie moeten komen en een gesprek aan moeten gaan met de arts. Maar wat gebeurt er? Er wordt meteen de inspectie op zijn dak gestuurd en justitie ingelicht. Het oordeel was geveld: ‘deze arts heeft een grove fout gemaakt en daarvoor moet hij boeten!’
Dit is onjuist en heeft geleid tot de zelfdoding van de arts. Het waarom zullen we helaas nooit te horen krijgen en ik kan me nu voorstellen dat instellingen en artsen twee keer nadenken om een stagiaire toe te laten. Jammer!
De stagiaire heeft nog veel te leren, maar de stage-begeleider heeft contact nagelaten en dat neem ik hem kwalijk.

Terug naar mijn eigen voorbeeld. Toen ik het gesprek aanging met de desbetreffende therapeute zei ze: “Ik voel me enorm op mijn vingers gekeken en gecontroleerd. Het meest vervelende vond ik dat jouw student mij een suggestie gaf om anders met mijn cliënt te gaan werken! Dat accepteer ik van niemand!”
Wat wordt hier nu duidelijk? Deze therapeute heeft weinig of geen intervisie gehad tijdens en na haar opleiding. Ze is niet gewend aan ‘meekijken over de schouders door een collega’ en ervaart elke opmerking als kritiek.
Dit gebeurt in veel werksituaties: ik weet het vanuit het onderwijs, de gezondheidszorg. Binnen het bedrijfsleven is dit veel meer geaccepteerd en kom je niet weg met zo’n opmerking.
Het wordt dan ook tijd dat binnen opleidingen tot counselor/therapeut ook de intervisie-groepen en supervisies goed geregeld worden vanuit het ethisch standpunt dat ‘de cliënt in alle situaties de eindverantwoordelijkheid heeft’.

Hoe ga ik daar zelf mee om?
Ik heb tegen mijn dierbaren gezegd dat de kwaliteit van leven voor mij voorop staat en wanneer ik noch lichamelijk, noch mentaal kwalitatief kan leven, dat ik dan zelf wil beslissen om ermee te stoppen. Ik wil niet als een kasplantje of als zwaar dementerende oudere opgesloten worden en een leven leiden in isolement en zonder enige levensvreugde. Dat is de grens voor mij.
Dat zeg ik nu vanuit het weten van dit moment. Ik besef namelijk ook dat lijden zin en betekenis kan hebben. Het gaat mij dus niet om het afnemen van mijn lijden maar om de draaglijkheid van dit lijden. Daar ligt voor mij de ethische grens van mens-zijn.

Op 10-11-2013, categorie: Blog door peterjan