Waar is Pippi gebleven?

Eigenlijk ben ik nooit een doe-maar-normaal-kind geweest.
Ik zocht graag mijn eigen weg en bedacht dingen die niet zo pasten bij de kleine Loek. Ik weet nog goed hoe ik een wielercross in het dorp organiseerde – ik was tien jaar – en hoe ik de plaatselijke winkeliers afging voor prijzen.
Toen durfde ik dat wel! Bij de bakker kreeg ik een doos negerzoenen (mag je nu niet meer zeggen) en bij de plaatselijke fietsenmaker een nieuwe fietsbel (was de hoofdprijs geloof ik) maar ook rollen Rang, Top-drop, bandenplakkersset.
Nu, ruim vijftig jaar verder, denk ik weleens: “Waar is die kleine, dappere Loek gebleven die nergens tegenop zag en waarbij alles gericht was op de ander?”
In het dorp waar ik opgroeide was alles vanzelfsprekend: je ging naar de enige school die er was en je luisterde naar het advies van de hoofdonderwijzer: “Jij gaat naar de ambachtsschool want bij jullie thuis kunnen ze goed een timmerman gebruiken!”
Maar ook de pastoor deed een duit in het zakje toen hij mij adviseerde om naar het seminarie te gaan: “Jij zult een mooi pastoortje worden!” was zijn suggestie.
En wie vroeg er wat aan mij? Niemand!
Toch wist ik al jong dat ik in geen enkel patroon thuis hoorde. Ik voelde me niet thuis in het dorp waar andere kinderen mij plaagden en me in de heg duwden waardoor er een gat in mijn tweedehands matrozenpakje kwam. Tegen mijn moeder durfde ik niet te zeggen dat sommige kinderen het op mij gemunt hadden. Nu praten we vrij uit over pesten, toen was het nog een ondergeschoven kindje. Je moest leren je eigen boontjes te doppen. En dat deed ik door tegen de bestaande normen in te gaan en me af te zetten tegen de bekrompenheid van het dorp. Ik ging dan ook in de stad op dansles omdat ik niet met die boerentrienen wilde dansen….niet beseffende dat ik ook een stukje van mezelf ontkende en bang was ontmaskerd te worden. Ik was immers ‘anders’ maar wist nog niet goed hoe daarmee om te gaan.
Die kleine Loek had een fantasie en speelde daar mee, al was het wel opvallend dat veel van zijn spelletjes gericht waren op ‘dienstbaar’ zijn. Het schooltje dat ik runde werd bezocht door alle buurtkinderen en soms zat de klas gewoon vol met 13 kinderen. Ook ging ik met hen op schoolreis: een wandeling door de polder, bloemetjes plukken en dan vermoeid weer naar huis.
Op zo’n schoolreisje was de groep zo vermoeid dat er gezeur ontstond en toen ik een boer met paard en wagen met daarop een gierton (ontlasting van dieren) aan zag komen, vroeg ik of we mee mochten rijden. Het laatste meisje – Ans heette ze – kon niet vlot op de kar klimmen en ik hielp haar, echter niet wetend dat de hendel waar ik me aan vasthield de toegang gaf tot een grote stroom stront.
Ans zat helemaal onder. Ik was zo verbouwereerd dat ik vluchtte en niet naar huis durfde. Eenmaal thuis aangekomen, stond mijn moeder het jurkje van Ans te wassen en ik zag een glimlach rond haar mond, hoewel ze me zogenaamd corrigerend toesprak.
Die onbevangenheid, dat zelfstandige optreden, die speelsheid, ik wil het niet kwijtraken. Pippi Langkous was mijn idool: wat zij deed, durfde ik absoluut niet maar ik was al blij om enigszins in die richting te komen.
Op dit moment zoek ik Pippi weer op, wetende dat het échte leven altijd en overal doorspekt is van enthousiasme, speelsheid, moed en onafhankelijkheid door ‘groot’ te denken en niet te blijven hangen in verstandig en volwassen gedrag. Laat mij maar Pippi vinden.
En jij?

Op 14-02-2017, categorie: Blog door peterjan
2 Responses to Waar is Pippi gebleven?
  1. Lieve Loek, je schrijft: ‘wetende dat het échte leven altijd en overal doorspekt is van enthousiasme, speelsheid, moed en onafhankelijkheid door ‘groot’ te denken en niet te blijven hangen in verstandig en volwassen gedrag. Laat mij maar Pippi vinden.’ Volgens mij is Pipi niet ver weg, ze zit in jou, zo heb ik jou jaaaaren gekend. Knuffel

  2. Welkom terug Pippi. Ik heb haar boeken verslonden!
    Ik bewonderde haar, maar ze was niet mijn idool. Ik had meer met Tommy en Anicka :-)
    Hartelijke Groet,
    Diana

Leave a Reply