Bijnaam of Geuzennaam?

Vroeger kreeg ik als kind een bijnaam, die wel op een heel bijzondere manier tot stand kwam.
Broer Wim bezocht het vervolgonderwijs en had zijn eerste Engelse les achter de rug waar hij het woord ‘the teacher’ leerde. Thuis was ik altijd schooltje aan het spelen met de kinderen uit de buurt. Hij kwam terug van school en riep naar mij: “Hé Tietsjoer” met zijn guitige gezicht en hij lachtte breed uit. Ik kende dat woord absoluut niet en vroeg hem wat dat nou weer te betekenen had.
“Nou jij speelt toch de meester en ik heb net geleerd dat je in het Engels dan tietsjoer bent!”
Al snel ging die bijnaam rond en nagenoeg iedereen in het dorp sprak mij aan met Tietsjoer. “En wat wil de Tietsjoer hebben?” vroeg de slager, maar ook de andere winkelier sprak me zo aan. Het ging blijkbaar als een lopend vuur door het dorp. Toch wrong het bij me dat sommige mensen mijn échte naam niet noemden maar me altijd aanspraken met mijn bijnaam.
Op een dag – terugrijdend van de middelbare school – werd ik aangehouden door de man van Van Gendt & Loos, die mij vroeg waar hij Van Delft kon vinden, want dat moest toch ergens hier in de buurt zijn. “Hier in ieder geval niet, want hier woont De Snoek”.
Plotseling hoorde ik van achter de haag roepen: “Ben je helemaal belazerd Tietsjoer, wij heten wél Van Delft!”
Wat was ik blij het dorp te kunnen verlaten en niet achtervolgd te worden door mijn bijnaam, die had me weinig goeds gebracht! Ik leefde hierdoor in een volledig isolement in het dorp omdat ik niet mezelf kon zijn.
Jaren later – samenwonend met Peter-Jan aan de dijk in Hank – gebeurde er iets vreemds. Peter-Jan werd aangesteld als onderwijzer aan de katholieke basisschool in Ammerzoden, maar snel kwam er een kink in de kabel toen bleek dat hij met een man (met mij) samenwoonde.
Het schoolbestuur kende zijn ‘pappenheimers’ en wist dat de bevolking een homo als onderwijzer niet zou accepteren. Het liep uit op een rel en Peter-Jan won de strijd. Toen het woord ‘flikker’ diverse keren viel tijdens besprekingen, voelde ik een trots in mezelf: “Ja, ik ben een flikker!”
Nooit had dit harde woord zo’n strijdlustige bijklank gekregen: Flikker was voor mij de Geuzennaam geworden. De naam om de strijd aan te gaan en niet alles over je heen te laten gaan. Op te durven staan en geluid geven aan je diepste identiteit. Later op de hogeschool organiseerde ik samen met een groep studenten – collega’s durfden hun vingers hier niet aan te branden – een studieweek met de titel: “Roldoorbreking in het onderwijs”
Ik besefte terdege dat de afgestudeerde studenten als leraren gingen werken met jongeren in hun meest kwetsbare periode: de ontwikkeling van hun seksuele identiteit.
En dan is het pijnlijk om alleen maar hetero-verhalen te horen, vandaar dat ik iedereen aanmoedigde je eens te verplaatsen in die ander. In de persoon die ‘anders’ is, anders voelt, anders denkt. Het werd een groot succes en het haalde de landelijke pers. Op dat moment durfden plotseling méér collega’s uit de kast te komen. We hadden zowaar een ‘flikkergroep’ op het instituut.
Met mijn jonge neefje Haske en zijn moeder trokken we in 1979 naar Roermond om te protesteren tegen het beleid van de katholieke kerk, destijds daar vertegenwoordigd door bisschop Gijsen en ik hoor hem nog uit volle borst meezingen: “Gijsen, flikker op!”
Ik sta niet meer op de barricade, maar leef mijn leven en velen zien me als rolmodel hoe het ook kan, want ik leef al meer dan 40 jaar lang samen met dezelfde partner in vreugde én verdriet. Het kan dus. Je kunt als flikker een gewoon vervullend leven leiden en je dienstbaar maken in de samenleving.
We worden niet langer in tonnen gevuld met water van een helling afgerold totdat we dood zijn, zoals eeuwen terug in Nederland. Of we krijgen niet langer meer een chemische castratie, zoals in de jaren ’50 van de vorige eeuw, omdat homo-zijn halverwege de 20e eeuw nog gelijk stond met kinderverleider.
Hoewel? Veel leraren durven op dit moment niet uit de kast te komen omdat ze bang geworden zijn. Flikker wordt weer gebruikt als scheldwoord in plaats van als Geuzennaam.
“Flikker op..”
“Daar heb je geen flikker aan…!”
Hoewel, waren niet veel grote kunstenaars, vrijdenkers en filosofen flikker?

Op 21-02-2017, categorie: Blog door peterjan

Leave a Reply